|
Artikelen en Vragen - 021014-A1 ...
Korte Geschiedenis van Salem: 1896—1949.
Door: Kees van Wessel
De stichting 'Salem' is opgezet door Jonkvrouwe A. G. Willink onder de naam "Vereniging ter behartiging der Christelijke belangen van de bewoners der Kleine Drift te Hilversum". Het Salem archief (op het moment hier in Schotland) vertelt ons weinig over A. G. Willink, noch over wie zij was en wat haar dreef tot deze filantropische daad. We weten alleen dat zij na haar overlijden, op 10 november 1896, een legaat van 500 gulden nalaat aan mevrouw C. Henriëtte Fraser ten gunste van de Salem stichting (een uittreksel van dit testament is aanwezig in het archief). Tussen 1896 en 1904 moet voldoende geld bijeengebracht zijn voor de aankoop van grond en de bouw van een klein verenigingsgebouw aan de Kleine Drift (1904). Dit gebouw Salem gaf onderdak aan o.a. een zondagsschool, jongensclub, naaischooltje (onder leiding van mevrouw Kruif en de dames Jansje, Antje en Tijmtje Vlaanderen, later vervangen door Sofie) en een volksbibliotheek (Renou, 1983). Zeven jaar na de vestiging van Salem komt de naam Van Wessel voor het eerst in de kasboeken voor. Van november 1911 tot september 1924 was mijn opa (Hendrik van Wessel) tuinman voor fl 2.50 per kwartaal en zijn zoon Cornelis (vader) moest op zaterdag nogal eens het grind rondom het gebouw harken voor de zondagsschool. Opa woonde aan het eind van de Kleine Drift in een rij huisjes gebouwd in 1907/8 (en afgebroken in 1926). De 'oude Van Wessel' werkte op de gasfabriek en was een vurig voorvechter van de Christelijke Werklieden Vereniging.
De Kleine Drift, Zuiderweg en Oude Eemnesserweg was in deze tijd een gebied waar veel 'sociaal zwakkeren' en werkzoekenden van buitenaf woonden. Een typische arbeiders buurt met de gebruikelijke goedkope woningen, kroegen, zoals Café Lakeman en Does, logementen, zoals De Haan (Rooie Marie of ook wel "De luis aan de ketting") en bordelen. Vooral in de weekenden liep het regelmatig uit de hand met dronkenschap en vechtpartijen. Er kwam dan ook een politiepost (ontworpen door Dudok) op de hoek van de Zuiderweg en de Kleine Drift om het één en ander onder controle te houden. Ik kan me de politiepost nog goed voor me halen, naast de sigarenboer waar vader zijn 'Willem tweetjes' kocht. De politiepost, de machine-loods en 'spoorhuizen' aan het begin van de Kleine Drift zijn afgebroken in de jaren zestig. Het evangelisatie lokaal "Jeruel" van de gebroeders Cramer, Van Doorn en Geel, in de voormalige kroeg van Klaas Does (hoek Zuiderweg en Oude Eemnesserweg), hielp in de 'verheffing' van de buurt en Salem vervulde een identieke rol. In 1916 komt de heer Quak, een Rotterdamse oud-zendeling uit het voormalige Oost- Indie, naar Hilversum en begint zijn periode van huisbezoeken en evangelisatie voor de vereniging Salem (jaarverslagen van deze huisbezoeken zijn aanwezig in het archief en geven een boeiend beeld van de sociale omstandigheden in de omgeving van de Kleine Drift). Op 15 oktober 1916 wordt de kinderkerk opgericht. De omliggende kerken (Oude en Nieuwe Kerk) moesten kinderen weigeren als gevolg van de toeloop en de Salem kinderkerk vervulde zo een welkome opvang. De naaivereniging krijgt in 1917 de naam "Mirjam". Rond die tijd krijgen we ook beeld van het stichtingsbestuur. Deze bestond uit mevrouw G. Willink (presidente), mevrouw J. M. van Tricht (secretaresse), mevrouw W. S. J. Hattink (penningmeesteresse), mevrouw De Looper en mevrouw H. Hattink. Twee jaar later, in 1919 wordt de "Christelijke Volksbibliotheek Over het Spoor" overgenomen, dat onder patronaat stond van de heren J. Valken en H. W. J. van Hasselt (hoofdonderwijzer van de Geuzenschool). De bibliotheek bestond uit 370 boeken welke werden uitgeleend voor een wekelijkse prijs van 2 cent per boek (enkele van deze boeken zijn nog in mijn bezit). In dat zelfde jaar probeerde men ook een knapenvereniging op te zetten, dit is echter niet door gegaan. De knapenvereniging in het Dorp (het oude centrum van Hilversum) had moeite om leiding te vinden, een tweede knapenvereniging zou het verwerven van leiding alleen nog maar moeilijker maken. De in 1919 opgezette zangvereniging met 12 jongens en 25 meisjes is ook spoedig opgeheven. Of dit het gevolg was van leidersgebrek is niet duidelijk. "Ons Clubje", een christelijke vereniging voor meisjes van 13-17, begint op 7 oktober, 1920 onder leiding van mevrouw Schuring, mevrouw Althof, mevrouw Dinkla en mevrouw Vastenhout. mevrouw Dinkla en de gebroeders Vastenhout houden toezicht tijdens de kinderkerk. In 1921 ging mevrouw Dinkla verloven en haar plaats wordt overgenomen door mevrouw Koopmans (eveneens onderwijzeres aan de Geuzenschool). Tijdens het 25-jarig jubileum van de vereniging Salem gaat "Ons Clubje" een dagje uit. Een treinreis naar Amsterdam, gevolgd door een boottocht naar Velzen en verder te voet naar Wijk aan Zee. In 1922 wordt er ook een vereniging voor meisjes van 18 jaar en ouder opgericht, voorlopig nog zonder naam. Dat jaar wordt op elektrisch licht overgegaan. De heer Quak heeft gedurende de laatste jaren trouw zijn 'zendingsrol' gespeeld en wordt daarvoor beloond met jaarlijkse salarisverhogingen (van 676 gulden per jaar in 1918 tot 800 gulden in 1923, dit was inclusief de huur). Hij komt er echter al spoedig achter dat hij niet de enige bezoeker is aan de arbeidersgezinnen. Mensen komen openlijker uit voor hun geloof en de invloed van de socialisten was sterk. Daarnaast waren er de vakbonden, de Apostolische Gemeente, de Mormonen en de Pinkstergemeente, de heer Wilsons Maranathazending en Zevende Dag Adventisten, het Leger des Heils en de Hersteld Apostolische Kerk. De door Quak achtergelaten zendingsblaadjes "De Blijde Boodschap" en de traktaatjes werden spoedig vergezeld door de literatuur van de concurrentie. In 1923 overleed mevrouw G. Willink en haar rol als presidente wordt overgenomen door mevrouw de Looper. De naaischool draait ook nog steeds. Inmiddels (1924) zijn Jansje en Antje getrouwd. mevrouw Kruif is verdwenen en haar plaats is ingenomen door mevrouw van de Dussen en mevrouw Renzenbrink. "Ons Clubje" maak dit jaar voor het eerst gebruik van elektrisch licht (in plaats van Bengaals vuur) tijdens het kerstspel. De secretaresse van de stichting Salem overlijdt in 1925. De wijk "Over het Spoor" was in die jaren aanzienlijk gegroeid. Luchtfoto's uit de jaren 1924-1948 geven een duidelijk overzicht van deze uitbreiding (Reijnders, 1996). De 'landelijke aard' van de buurt begint te verdwijnen. Langs de Kleine Drift vinden we in het begin van de 20'-er jaren, de tijd dat vader (en mijn ooms) opgroeiden, nog wel het bouwland van De Vries en de bloemisterij van Van Vrugte tegenover Salem. Achter opa's huis lagen redelijke tuinen en bos (waar vader zijn hut bouwde). Tussen het bos en de spoorlijn lag opa's bouwgrond en het woonwagenkamp. Ten zuiden van het open riool, dat naar de vloeivelden liep, lag een boomgaard (vermoedelijk van een Molenaar uit Weesp) begrenst door de Zuiderweg. Tussen de gasfabriek en de Kleine Drift lagen de eiken walletjes met de 'luizen keet'. Tussen de Bakkerstraat en de Kleine Drift, achter de huizen en de boerderij van Bus, lag het land van Bus. Maar in 1944 is dit gebied al vol gebouwd tot de Kamerlingh Onnesweg en Anthony Fokkerweg. Het inwonertal van Hilversum groeit in die tijd van 21.000 in 1900, tot 88.000 in 1949 (Bruijn, 1963). In 1927 wordt, als gevolg van deze snelle uitbreiding, het werk van Salem beperkt tot een gebied begrensd door de Noorderweg, Zuiderweg, Liebergerweg, Jan van der Heydenstraat en de huizen aan de zuidzijde van de Hoge Larenseweg (even nummers). Een jaar later wordt bij Koninklijk Besluit van 21 september 1928 (Nr. 53) de naam aangepast en veranderd, tot "Vereniging Salem tot behartiging van de Christelijke belangen, gevestigd te Hilversum". Op 12 december 1928 wordt eindelijk de knapenvereniging opgericht. De groei in inwonertal laat dit inmiddels toe. In 1929 krijgt het de naam "Samuël" en er volgt een tweede knapenvereniging voor oudere jongens. de heer Quak wordt nu regelmatig geconfronteerd met ontevredenheid onder de mensen. Tijdens zijn bezoeken waarschuwt hij tegen het geven van dure St. Nicolaas cadeaus aan de kinderen want dat zou tot ontevredenheid leiden. Kinderen waren niet meer blij als ze “zo'n dun boekje” kregen tijdens de jaarlijkse kerstviering en een bedankje kon er niet meer af. De crisistijd begon in 1932 en salarissen gingen met 10% omlaag. In haar jaarverslag vraagt de penningmeesteresse zich af of Salem nog wel recht van bestaan heeft. De gezondheid van de heer Quak begint langzamerhand te verslechteren. In 1933 wordt hij enkele malen vervangen door de heer Van Hasselt, hoofd van de Geuzenschool en de heer Bootsma, hoofd van een andere christelijke school. Kort na het overlijden van zijn vrouw, op 23 september 1934, komt er een eind aan de heer Quak's evangelisatie werk . Tussen 1916 en 1934 heeft hij 10.363 huisbezoeken afgelegd bij 947 gezinnen. In 1934 wordt de naaischool opgeheven wegens financiële verliezen en mevrouw Groeneweg neemt het presidentschap over van mevrouw Loopers, die al enige tijd ziek is. Dat jaar beginnen ook besprekingen tussen de heer Offringa en de kerkvoogdij over de mogelijke overname van Salem. Het bestuur besluit, na het overwegen van eventuele andere oplossingen, om het werk over te dragen aan de Jong Hervormden. Er komt een nieuw "Salem Orgel" en mevrouw A. Seppen neemt de meisjes vereniging onder haar hoede (zij woonde aan de Hoge Larenseweg 83 waar ik als kind nog wel eens speelde in het naai atelier en de tuin met de grote perenboom). Het lot van de bewoners van de Kleine Drift en omgeving wordt nu een deel van het werk van dominee Diederiks, predikant van de Albertus Perk kerk. Kleren, afgestaan door mensen in zijn gemeenten, werden uitgedeeld in de Geuzenschool (in het begin voornamelijk aan kinderen). Het oude Salem wordt afgebroken in 1935/6 en vervangen door een nieuw en aanzienlijk groter, gebouw (de bouw tekeningen [voorbeeld 1 en 2] en een houten model, vervaardigd door de architect De Bruin, zijn in het archief aanwezig). De eerste steen wordt gelegd door mevrouw C. Diederiks-van der Lindt (de vrouw van de dominee) op 1 oktober 1936. Dominee Diederiks, de heer Van Hasselt en mevrouw Seppen waren aandeelhouders in deze onderneming. Op 20 februari, 1937 wordt de heer C. T. van Wessel aangesteld als conciërge en op 14 april werd het huwelijk tussen hem en mevrouw M. Hovius kerkelijk ingezegend in het nieuwe Salem. Vader was één van de 40 sollicitanten (werk was schaars in die tijd) en kreeg zijn positie mogelijk met wat hulp van dominee Diederiks. Zij ontvingen van de vereniging een cadeau ter waarde van fl 12,12 (en een halve cent). Ze kregen vrije inwoning in het huis boven de zaalruimte. Gedurende de oorlogsjaren waren er geen verenigings activiteiten in Salem. In 1940 wordt Salem gehuurd als stemlokaal door de gemeente Hilversum (voor 50 gulden). Er wordt een identiteitskaart aangevraagd voor het Rijkskolenbureau. De Duitse bezetters vorderen Salem maar maken er verder geen gebruik van. In de eerste jaren van de oorlog zaten er regelmatig onderduikers onder het gebouw. Er wordt ook clandestien vlees geslacht door Van 't Net. De grote keuken werd gebruikt als centrale keuken voor het verstrekken van o.a. soep (het soepboek "Salem Soep" is aanwezig in het archief). De gemeente betaalde fl 264 huur voor de centrale keuken gedurende de gehele oorlogs periode. In 1942 wordt voor een bedrag van fl 98,78 verduisteringsmateriaal gekocht. Tegen het einde van de oorlog, in november 1944, wordt een sociaal werkster, zuster Jeanne, aangesteld om vanuit Salem te werken. Haar salaris werd betaald aan het Diaconessenhuis (toen aan de Neuweg). Ik speelde later nog met de oude schrijfmachines in het kantoor van zuster Jeanne in de achterzaal, wat wij toen de zolder of bovenzaal noemden, en kreeg altijd iets van haar op m'n verjaardag. Vanaf augustus 1945 was Salem weer volop actief met verenigingsleven, bevrijdingsfeesten, bruiloften, buurt- en wijkwerk, instuif, kledinguitdeling en de bibliotheek. In 1949 ging Salem over naar de Nederlandse Hervormde Gemeenten. Tussen 1939 en 1943 zijn de Van Wessel's drie zonen rijker geworden (Henk, Jan en Wim) die allen voor langere of kortere tijd betrokken zijn met het Hilversumse Padvindersleven met name met de Celliers, IP en andere groepen (50-er jaren). Het is in deze periode na de oorlog dat sommige Hilversumse padvindersgroepen gebruik gaan maken van Salem voor paas-maaltijden, boerenkoolfuifen, Bazar's en andere activiteiten. (wordt vervolgt) Bronvermelding:
Bronvermelding: Bruijn, Cor (1963) "Ons Hilversum: Hoe het ontstond, hoe het groeide", Uitgeverij Ploegsma, Amsterdam. Renou, F. (1983) "Hilversum in oude ansichten, Deel 2", Europese Bibliotheek, Zaltbommel. Reijnders, Joh. (1996) "Oud Hilversum vanuit de Lucht", Slingenberg b.v. Van Bokhorst, G. (1983) "Hilversum in oude ansichten, Deel 1", Europese Bibliotheek, Zaltbommel. Van Wessel, J. L. (1984) Archief aantekening gemaakt tijdens een bezoek aan Schotland. Werkgroep Herdenking Mei '40-45 (1985) Kaart (Engelse plattegrond van Hilversum) uitgegeven ter gelegenheid van de 40-jarige herdenking van de bevrijding. Deze bladzijde komt van de Oudbruin website (www.oudbruin.org) — Copyright © 2002-2010 fa.design |