Beginpunt
Terug naar: zoeken | alle artikelen

De Hoorneboeg - Deel 1.

Door: M. W. Jolles (gescanned)
Telkenmale in het voorjaar blaast Pibus op zijn hoorn en dan komen de maagdekens uit Leiden helemaal naar de Hoorneboeg. Zo ongeveer ging in mijn vroege jeugd het gerucht in Hilversum.

En hoor, daar klinkt het antwoord al:

In 't begin van Mei
Klopt ons harte blij,
Ja, dan komt het oogenblik weer aan,
dat de trein ons fluit
en wij Leiden uit
voor een Stalheimweek naar buiten gaan.

De niet ingewijde lezer zal hiervan wel weinig begrepen hebben, maar hij moet toch nog maar even geduld hebben als hij wil dat de sluier van geheimzinnigheid wat wordt opgetild en het beeld van de Hoorneboeg zich zal gaan aftekenen.

Het Jachthuis op de Hoorneboeg. Tekening van J. van Ravenzwaay, waarvan geschilderde copie in het huidige landhuis hangt.

Voor ons, die toen nog kinderen waren van de families aan de Utrechtseweg, was er ook het nodige aan geheimzinnigheid. De huizen langs de straatweg hielden, hoe verder je in de richting van Utrecht ging, vrij gauw op. Daar waar de Beukenlaan - toen inderdaad een echte beukenlaan - op de Utrechtseweg aansloot bouwde Jac. Urlus, de beroemde zanger, van wie het rijmpje vertelde:

's ochtends maakt hij Bankatin
's avonds zingt hij Lohen grin

zijn statig huis, het Kareol, waartegenover de grote stenen drinkbak voor paarden was. Wat mij op de wasserij brengt, die eens in de zoveel weken met paard en wagen de schone was bezorgde, die in een grote rieten mand - met ijzeren stang en hangslot vergrendeld - tegen inruiling van een dito mand met het vuile goed thuis werd gebracht. Dan was het zaak om op het goede moment de wasbaas in de goede stemming te treffen. Juist aangepakt viel er wel een rit naar de Hoorneboeg uit te slaan en mocht je op de bok klimmen om in grote gelukzaligheid de lange reis naar het einddoel mee te maken. Iedere keer was het weer of er een nieuwe wereld voor je open ging. Rechts strekte de Hoorneboegse hei zich uit, links was toen alleen nog maar bos. En aan het eind van de hei, tegen de horizon, tekende de Hoorneboeg zich af, als een donkere burcht die zijn geheim niet wilde prijs geven. De hei was in die dagen bijna helemaal gaaf en bloeide, de ene zomer natuurlijk wat mooier dan de andere maar altijd prachtig paars. Rechtsaf ging het, de oprijlaan naar de Hoorneboeg op. Bij het toegangshek moest gestopt worden en gebeld om het hek open te krijgen. Daarna kreeg je even een glimp van het grote huis te zien, dat wit en statig in zijn donkere omgeving lag. Maar daar bleef het bij. Bewoners zagen we eigenlijk nooit. Ook de terugtocht had zijn eigen belevenissen! Want nu ging het in draf, wat onzichtbare werkingen in het binnenste van het paard teweeg bracht, die zich op hun beurt manifesteerden in ditmaal zeer zichtbare en ruikbare vorm.

Van tijd tot tijd nam mijn vader ons mee op wandelingen om de Hoorneboeg heen, en soms ook nog wel verder tot het laatste, oostelijke stukje van het Tienhovens kanaal, net aan deze kant van de Noodweg. Dat stukje kanaal was een verrukkelijke speelplaats om te kliederen met zand en water, om kikkervisjes te vangen en om natte voeten te halen. Er stond toen nog mooi helder water in, tegenwoordig is het vrijwel helemaat dichtgegroeid en droog. De dennetjes op de zanderige oever spiegelden zich fraai in het water van het kanaal, dat daardoor even diep werd als de hemel hoog. Er waren veel waterplanten.

Wat de bedoeling van dat Tienhovens kanaal was, daarin verdiepten we ons als kinderen niet. Het heeft de Vecht met de Eem moeten verbinden, een heel oud plan, dat oorspronkelijk uit de zeventiende eeuw schijnt te stammen, maar dat nooit tot uitvoering is gekomen. Het Gooi was en is te zanderig!

Maar ook de gewone, kortere, wandeling om de Hoorneboeg bood van allerlei interessants. Mijn broer, een paar jaren mijn senior, herinnert zich nog dat er geen hek om de buitenplaats was. We bewonderden de fraaie oude boerderij, welke later zijn naam aan de Stalheim-liedjes gaf - en zagen het bibliotheekgebouwtje ... waar Pijnappel heus voor het raam zat te studeren! Dan kwamen we aan het rode, nu witte, huis dat er zo uitnodigend uitzag met z'n french windows - alsof wij toen wisten wat dat waren! Maar het had nog zijn rieten dak, dat nu jammer genoeg verdwenen is. Langs de statige rij beuken verder gaand kreeg je door het vroegere toegangshek - de ingang was oorspronkelijk inderdaad aan die kant - het grote huis te zien, eveneens met rieten dak, waarboven trots en ogenschijnlijk wankel de koepel balanceerde, van waaruit je een schitterend uitzicht op Utrecht en het hele Loosdrechtse plassengebied gehad moet hebben. De bomen zijn nu te hoog doorgegroeid om daarvan nog veel over te laten. Langs de muur van de moestuin sloten we weer aan op ons uitgangspunt.

Van de bewoners, broeder en zuster Pijnappel, zagen we zelden wat. Zeker, mijn vader kende hem goed uit hun beider studententijd, maar hij liet niet erg veel over hem los. Als kinderen waren we daarin, eerlijk gezegd, ook niet geinteresseerd. Zodat er toch, misschien ook juist daarom, iets geheimzinnigs om de Hoorneboeg en zijn bewoners bleef hangen.

Ook nu is alles nog niet even duidelijk wat de Hoorneboeg betreft. Allereerst de naam, waarvan de herkomst niet zeker is. Professor De Rijk, op een van zijn wandelingen door Gooi- en Eemland, maakt de tocht die wij als kinderen met paard en wagen maakten, te voet en schrijf:

We bevinden ons op den Utrechtsen weg, dien we in de richting van Maartensdijk vervolgen. Weldra vertoont zich rechts de aloude, zoogenaamde Zwarte Berg, later Hoornboeg - oorspronkelijk 'Hoornboog', naar de hoornsgewijze gekromde Hoogenberg - thans Hilveroord geheeten. De beplanting van de heuveltop geschiedde in 1792. Hij droeg toen een jachthuis, van een ruime zaal voorzien, en met drie torens, in ouden stijl van hout opgetrokken. Zoo strijdvaardig zag dit er in de verte uit dat in 1795 een afdeeling Fransche ruiterij, die van Utrecht naar Naarden trok, een trompetter afzond, om het gewaande kasteel op te eischen. Hij vond er, als éénige bezetting, het oude vrouwtje, dat huisbewaarster was!

Een ander, nog minder geloofwaardig, verhaal leent dat gezegde Fransen in een spotversje op de naam Hoorneboeg het als Hors de Boue, uit de modder, betitelden. J. van Ravenzwaay heeft een tekening van dit merkwaandige geval gemaakt, waannaar weer een tegeltableau gemaakt is dat tot 1925 - toen het huis wend afgebroken - in een winkelhuis aan de Langestraat in Hilvensum ingemetseld is geweest. Gelukkig heeft vóór die tijd M. Betlem een copie ervan geschilderd, die op het ogenblik op de schoonsteenmantel van de grote kamer op de eerste verdieping van het centrale huis op de Hoorneboeg hangt.

De naam Hilveroord, welke Professor De Rijk vermeldt, schijnt afkomstig te zijn van een vroegere bewoner, H. Meerlant, notaris te Utnecht omstreeks het midden van de vorige eeuw. Deze naam werd sindsdien vooral door officiële instanties gebruikt in belastingen- en bevolkingsregister. Ook in het straatnamenregister is Hilvenoord veelvuldig te vinden, maar de algemeen ingeburgerde en in de spreektaal gebruikte naam werd Hoorneboeg, terwijl oude Hilvensummers ook wel Hornebok gezegd hebben.

Op de kaart van 1827 (A. van Oosterhout, landmeter) staat Horenboeg. Hoornboeg of Hoorneboeg blijft het meestal op latere kaarten. De kaart van 1843 (zie de omslag van dit tijdschnift) vermeldt Hoornboeg, oudtijds Hoogenberg. Een topografische kaart van omstreeks 1895 komt met Hilveroord, vanouds Hoornboeg en vermeldt ook de Hoornboegsdrift, weg van 's-Graveland naar Hoornboeg, en de Hoornboegsweg en toegang tot Iandgoed Hilveroord. Dan blijft het Hilveroord, vanouds Hoorneboeg, op alle gemeentelijke kaarten rond 1930. De kadasterkaarten gebruiken vanaf omstreeks 1909 Hoornboeg, Hoornberg en Hoorneboeg. Keus genoeg dus!

Veel duidelijker maakt een aantekening, van omstreeks 1850, van A. Perk de zaak ook al niet. E. van Mensch verschafte mij deze notitie uit het aantekeningenboekje van de notaris, dat zich in de collectie van De Vaart bevindt en die ik hier in extenso weergeef:

Hoornboog

bij acte van uitgifte op erfpacht dezer grond de 20 julij 1792, wordt dezelve genoemd Hoornboog of Hoogen berg. Sedert 1820 is op depalen gesteld Hilverzode. De oorsprong is dus zeker niet Hors la Boue (uit de slijk van den eng en het dorp) zooals mij iemand vertelde die daarbij een Franschman verzonnen had als ontginner, welke geen ander is geweest dan de heer P. van Loon, die zijn buitenverblijf hield op Hunthum aan de Vecht, het voor een Jagthuis bestemde en die bekend was onder den echt Hollanschen naam van de Gouden Piet. In de wandeling heet deze heuvel Hoorn boek.

Deel-2

Voetnoot: Het is mogelijk dat er kleine (en grote) scan-foutjes in de teks voorkomen. Laat het ons even weten aub.
Bronvermelding:
M. W. Jolles (uit "Tussen Vecht & Eem", Vereniging Vrienden van het Gooi, 4e Jaargang, Nr. 1, February, 1986)

zegt het voort ...

snuffelmotor

OPROEP: Heeft U nog oude padvind(st)ers foto's in een album of fotodoos? Deel ze dan met andere oudleden. Contact Oudbruin over hoe en wat!

Er zijn 2 bezoekers online.

twiets

De tekst en afbeeldingen op deze website zijn het intellectuele eigendom van www.oudbruin.org behalve waar anders aangegeven of waar het verband dit duidelijk maakt (bijv. YouTube™ videos of material in het publiek domein). Waar mogelijk geven we een bronvermelding.
© www.oudbruin.org 2002-2018 (WH)
© design: fa.design
Browsers
Deze website werkt het best met:
Google Chrome™, Mozilla Firefox
Apple Safari™, Opera
Microsoft Internet Explorer™, vooral oudere versies, geven nog wel eens problemen met het juist formateren van de inhoud op deze website.
Gebruik altijd de laaste browser versie
en installeer anti-virus software
.
Omhoog